Utrecht

Entree

 

Geschiedenis

Het Springhuys is een gemeentelijk monument en is rond het jaar 1500 ontstaan als deel van het toenmalige erf van het Klooster Sint Marie. Het is de overgebleven linkerhelft van een in de 17de eeuw verbouwd groot dwars huis. De rijke ingangspartij met z'n pilasters met kapitelen herinnert nog aan die tijd. De tegenwoordige open plaats naast het pand vormt het restant van de tuin.

Het achterhuis dateert uit de 19de eeuw en is voorzien van een uitgebouwde wenteltrap, die de begane grond direct met de tweede verdieping verbindt.

Tijdens de ingrijpende renovatie van het Springhuys in 2010 zijn in de Henri van Praagzaal en de entree de oorspronkelijke balken in het plafond van de begane grond tevoorschijn gekomen, die het historisch karakter van het pand extra glans geven.

Er is weinig bekend over door wie en waarvoor het Springhuys in de loop der eeuwen is gebruikt. In de eerste periode maakte het dus deel uit van het Klooster Sint Marie. Een soortgelijke bestemming had het nog van 1922 tot 1952, toen de Dominicanessen van de H. Familie er gevestigd waren. De open plaats was indertijd nog geheel ommuurd en werd gebruikt als speelruimte door de kinderen van de bewaarschool die de Dominicanessen hadden in het naastgelegen pand Springweg 7-A.

In 1953 werd de zolderetage in gebruik genomen door de Universiteit Utrecht, die er het Parapsychologisch Instituut onderbracht o.l.v. de markante parapsycholoog prof.dr. W.H.C. Tenhaeff. Op de begane grond en eerste etage werd in datzelfde jaar het IJkwezen gevestigd en in 1965 nam het Nederlands Huisartsen Instituut er zijn intrek, in 1986 gevolgd door het Centrum Integrale Therapie (CIT).

In 1989 verhuisde het CIT naar de zolderetage en ging het Parapsychologisch Instituut naar de begane grond en eerste etage, die vanaf 1992 gedeeld worden met het Van Praag Instituut. Sinds de renovatie van 2010 is het Springhuys echt een verzamelgebouw met meerdere bespelers en zijn de zalen op de begane grond ook beschikbaar voor derden.